Skip to main content

About this collection

Bij de afdeling Bijzondere Collecties van de UBVU worden onder meer handschriftelijke bronnen bewaard. Daaronder bevinden zich brieven en aantekeningen van uiteenlopende persoonlijkheden, bekend of minder bekend. De hier getoonde documenten zijn geschreven of gedicteerd door bekende VU-personen en zijn gebruikt bij onderwijs en onderzoek aan de universiteit.

 

Twee handschriften zijn van de hand van dr. mr. W. van den Bergh (1850-1890), onder meer curator van de Vrije Universiteit. Hij studeerde rechten en theologie aan de Leidse Universiteit en maakte in zijn studententijd uitgebreid aantekeningen in het burgerlijk wetboek (XU.03584). Daarnaast volgde hij college over de Justiniani Institutiones en ook daarvan zijn aantekeningen bewaard (XV.05509).

 

Van prof. dr. H. Bavinck zijn twee collegedictaten te zien. Een in de Aesthetica (XV.00085), geschreven door Hendrik Hangelbroek en een in de Psychologie (XV.00120), geschreven door Cornelis Lindeboom.

 

Onder de titel Theologische ethiek naar geref. beginselen is een collegedictaat van prof. dr. G.H.J.W.J. Geesink opgeschreven (XV.00105). Zeer waarschijnlijk is dit dictaat geschreven door F.W. Grosheide, de latere hoogleraar Nieuwe Testament aan de Vrije Universiteit. Zijn ex-libris is voorin dit handschrift te vinden.

 

Tenslotte zijn er twee collegedictaten te zien van prof. dr. Abraham Kuyper, de grondlegger van de Vrije Universiteit en daar onder meer hoogleraar Letteren. De Nederlandsche letterkunde, samengesteld uit dictaten van prof. dr. A. Kuyper (XV.00156) is een afschrift van een afschrift zo blijkt uit deze aantekening op p. 4: ‘Dit dictaat is letterlijk overgenomen van het dictaat van J.C. de Moor. Het dictaat van J.C. de Moor is overgenomen van dat van J.E. Goudappel’. De schrijver van handschrift XV.00086 maakt zich bekend als C.O.J.z. (p. 108 en p. 236). Hij volgde in de jaren 1890-1892 aan de Vrije Universiteit een college van Abraham Kuyper waarin laatstgenoemde Isaäc da Costa behandelde. In tegenstelling tot de meeste collegedictaten is dit een sierlijk vormgegeven handschrift, waaruit enthousiasme en waardering voor het gegeven college blijkt. Op een van de schutbladen van deel 1 staat een aantekening waaruit blijkt dat dit tweedelige collegedictaat in 1966 is geschonken aan de VU door de dochter van de schrijver, mevrouw J.C.M. Josephus Jitta-van Marle.

 

Het hier getoonde materiaal biedt een mooi inkijkje in het wetenschappelijke bedrijf rond 1900, een tijd waarin computers, blackboard en tablets ontbraken. De inhoud van de hoorcolleges werd schriftelijk door studenten vastgelegd èn vermenigvuldigd en wetenschappelijke standaardwerken werden uitgebreid van persoonlijke aantekeningen voorzien.

 

In deze Beeldbank zijn meer collecties van handgeschreven bronnen te bekijken. Zie ook: een deel van onze middeleeuwse handschriften, de brieven en een deel van de moderne handschriften. Deze en de overige handschriften uit het bezit van de UB VU zijn uitgebreider beschreven in de handschriftencatalogus (Willem Heijting, Catalogus van de handschriften in de Universiteitsbibliotheek Vrije Universiteit Amsterdam. Amstelveen 2007) [UB VU catalogus]. Daar zijn ook verwijzingen naar andere publicaties te vinden.

 
Select the collections to add or remove from your search
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
 
OK